De tien oude geheimen gedachten van het paard

De tien oude geheimen gedachten van het paard

De tien oude geheimen gedachten van het paard

Het geheim van vluchten:

De primaire overlevingsstrategie van het paard is zijn instinctieve vluchtreactie. De natuurlijke leefomgeving van het paard zijn de graslanden, steppes en de prairies en de natuurlijke vijanden zijn de grote roofdieren, vooral de afstammelingen van kat- en hondachtigen zoals leeuwen en wolven. Anatomisch, psychologisch en gedragsmatig behoren paarden tot de sprinters, en als we kijken naar hun natuurlijke leefomgeving en vijanden, dan is snel wegvluchten voor een enge, bedreigende stimulus de beste manier om te overleven. Willen we paarden echt leren begrijpen dan zullen we deze instinctieve vluchtreactie voor serieus of ingebeeld gevaar moeten leren waarderen.

Het geheim van de waarneming:

Als prooidieren willen overleven moeten ze een scherper waarnemingsvermogen hebben dan roofdieren. Paarden leven met de bedreiging te worden opgegeten door hun vijanden en zijn altijd alert op gevaar om vervolgens meteen te kunnen vluchten wanneer dat nodig is. Onervaren paardenmensen vinden het vaak lastig om het extreem scherpe waarnemingsvermogen van het paard op waarde te schatten. Omdat paarden veel meer kunnen waarnemen dan wij, wordt de vluchtreactie op die, voor ons vaak ‘onzichtbare stimulus’ vaak als dom of aanstellerig bestempeld. Een paard gebruikt dezelfde zintuigen als wij: zicht, gehoor, reuk, proeven en tastzin echter zijn deze veel fijner afgesteld dan bij ons en ontstaat er snel vluchtgedrag als reactie op geprikkelde zintuigen.

Het geheim van de responstijd:

In vergelijking met veelvoorkomende gedomesticeerde dieren heeft het paard het snelste reactievermogen. Reactievermogen is de snelheid waarmee je kunt reageren nadat je een stimulus hebt waargenomen. Bij prooidieren moet dit reactievermogen sneller zijn dan bij roofdieren, anders zouden ze altijd worden opgegeten. De korte reactietijd is essentieel voor vluchtdieren. Het is niet voldoende om gewoon weg te rennen, wil een vluchtdier overleven dan moet het zich onmiddellijk en met hoge snel uit de voeten kunnen maken.

Het geheim van een snelle desensitisatie:

Het paard is sneller gedesensibiliseerd voor enge stimuli dan elk ander dier. Waarom is een vluchtdier zo snel gedesensibiliseerd voor enge, maar onschuldige, stimuli? Was dat niet het geval dan zouden paarden niks anders doen dan rondrennen en bleef er geen tijd over om te eten, drinken, rusten en voortplanting. Het is dus erg belangrijk dat paarden snel leren enge, maar ongevaarlijke stimuli zoals ronddwarrelende bladeren, onweer en andere prooidieren te negeren. Hebben ze dat eenmaal geleerd, dan vergeten ze het nooit meer. 

Het geheim van het leren:

Niet alleen kunnen paarden veel sneller gedesensibiliseerd worden voor beangstigende stimuli dan andere gedomesticeerde dieren, ook andere dingen leren ze razendsnel. Als een eerste ervaring met bijvoorbeeld de hoefsmid, een dierenarts, een zadel of een trailer traumatisch is door bijvoorbeeld angst of dwang, dan zal het paard bij volgende vergelijkbare situaties diezelfde angst of stress ervaren. Daar staat tegenover dat wanneer zo’n eerste ervaring prettig en comfortabel is, het paard bij volgende vergelijkbare situaties ook ontspannen. De reden dat goede trainers snel en ogenschijnlijk zonder enige moeite goede resultaten behalen is dat ze het gedrag van het paard heel goed kunnen inschatten en het paard daarin begeleiden en er op die manier voor zorgen dat de ervaringen die het paard krijgt positief zijn.

Het geheim van het geheugen.

Het geheugen van een paard is nagenoeg onfeilbaar. Paarden onthouden alles! Gelukkig zijn paarden erg vergevingsgezind. Was dat niet het geval, dan konden nog maar weinig paardentrainers hun geld verdienen met het trainen van paarden. Paarden ondergaan onbeholpen, ongepaste en onmenselijke trainingsmethoden en kunnen desondanks nog naar tevredenheid presteren, terwijl recente studies aantonen dat de meeste traditionele trainingsmethoden omslachtig en niet efficiënt zijn.

Ezels en hun hybride nageslacht het muildier hebben net zo’n uitstekend geheugen als het paard maar zijn helemaal niet vergevingsgezind. Daarom zijn deze dieren veel moeilijker te trainen dan paarden. Bijna alle goede ezel en muildier trainers kunnen ook een paarden trainen maar andersom geldt dat absoluut niet.

Zoals het oude gezegde: ‘mules must be trained the way horses should be trained’

Paarden categoriseren alle ervaringen die ze hebben gehad in twee categorieën: óf het is iets waar je niet bang voor hoeft te zijn en wat je dus kunt negeren óf het is iets waar je wel bang voor moet zijn en waar je dus voor moet vluchten. Dit is extreem handig in het wild maar levert in gedomesticeerde situaties vaak problemen op.

Als een paard een ongevaarlijke stimulus zoals bijvoorbeeld een elektrisch scheerapparaat, een plastic zak, een tractor of een dierenarts categoriseert als iets waar ze voor moeten vluchten dan creëert dat grote problemen voor degene die het paard moeten hanteren. Door ervaringen leert het paard en laat het bepaald gedrag zien. Degenen die met paarden werken moeten er zorg voor dragen dat de paarden geen slechte ervaringen krijgen. Omdat het werk van bijvoorbeeld hoefsmeden, dierenartsen en tandartsen per definities bedeigen en soms zelfs pijnlijk is, is het de verantwoordelijkheid van de eigenaren om hun paarden goed voor te bereiden en vertrouwd te maken met deze handelingen.

Het geheim van een dominantie hiërarchie :

Van alle gedomesticeerde dieren is het paard het makkelijkste te domineren. Paarden zijn kuddedieren en zijn onderworpen aan een dominantie hiërarchie. Als vluchtdieren hebben ze leiderschap nodig om te weten wanneer en waarheen ze moeten vluchten. In het wild hebben paarden leiderschap nodig om te overleven en ze accepteren leiderschap dan ook makkelijk. Zelfs paarden die van nature meer dominant zijn (dit is een uitzondering bij kuddedieren) kunnen vrij gemakkelijk gedomineerd worden als je weet hoe je dat moet doen. Echter, de methoden om deze dominantie positie te bereiken zijn voor ons mensen niet natuurlijk. We zullen dat moeten leren.

Het geheim van de controle over beweging:

Bij paarden wordt leiderschap, dominantie en hiërarchie bepaald door de controle over de bewegingen en posities in een kudde. Voor een dier waarbij de mogelijkheid tot vluchten het verschil betekent tussen leven en dood is het heel begrijpelijk dat leiderschap en hiërarchie bevestigd wordt door controle over de bewegingen en positie van kuddegenoten. Dominante paarden maken bedreigende bewegingen richting de lager geplaatste kuddegenoten. De onderdanige paarden wijken voor die druk waarmee ze de rol van de dominante leider bevestigen. Het controleren van de bewegingen van het paard is de basis voor alle trainingmethoden. Paarden accepteren onze dominante rol wanneer we ze kunnen laten bewegen wanneer ze dat eigenlijk liever niet willen of wanneer we de beweging kunnen afremmen. Daarom gebruiken veel trainers allerlei methoden om de bewegingen van het paard te controleren zoals roundpens, longeercircels, verscheidene soorten bitten en teugels, controle over de achterhand of het inbuigen van de nek.

Het geheim van lichaamstaal:

Elke diersoort heeft zijn eigen specifieke lichaamstaal die door alle individuen van die soort instinctief begrepen wordt. Paarden geven subtiele signalen wanneer ze bereid zijn dominantie en leiderschap te accepteren en zich als ondergeschikte op te stellen. Iedereen die met paarden wil werken moet de lichaamstaal van paarden leren lezen. We kunnen dit leren door ervaring of door educatie.

Het geheim van vroegrijpheid:
Een veulen is bij de geboorte neurologisch al helemaal volgroeid. Dit is bij de meeste pasgeboren prooidieren het geval. Pasgeboren kuikens, kalfjes, lammetjes en hertjes zijn vrijwel direct na de geboorte volledig actief in tegenstelling tot de meeste pasgeboren roofdieren zoals kittens, puppies, uiltjes, berenjongen of baby’s die bij de geboorte vrijwel compleet hulpeloos zijn. Het is van levensbelang dat pasgeboren prooidieren heel snel na de geboorte gevaar kunnen herkennen en kunnen vluchten. De imprint fase van een vroegrijp dier is meteen na de geboorte, wanneer ze datgene wat ze als eerste zien bewegen meteen willen volgen en respecteren (in de natuur is dat eigenlijk altijd de moeder). Dit helpt ze om veilig bij hun moeder en de kudde te blijven. Dat wat een veulen tijdens de imprint fase leert blijft permanent opgeslagen in het geheugen, daarom is de beste fase om paarden iets te leren direct na de geboorte. Als we kennis van zaken hebben dan kunnen we dingen als attitude, temperament en reacties al in de eerste paar uur na de geboorte vormen. Als dat goed gebeurt hebben paard en mens daar beiden voor de rest van hun samenwerking veel profijt van.